|
Fietsvaren in De Biesbosch |
|
|
Ook zonder waterfiets kan varen en fietsen prima samengaan. In Nationaal Park De Biesbosch neem je de tweewieler gewoon mee op een fluisterboot, om zo het unieke waterlandschap én de eeuwenoude polders in al hun glorie mee te maken.
Nationaal Park De Biesbosch is met zijn rivieren, eilanden en kreken een van de weinige zoetwatergetijdengebieden in de wereld. Het ontstaan van de Biesbosch voert terug tot de Sint-Elisabethsvloed van 1421. Rivierwater uit Maas en Rijn voerde toen grote hoeveelheden slib aan. Op zandige aanwassen waar het slib kon bezinken verscheen de eerste vegetatie: biezen. Vanwege de overvloedige biezenvelden kreeg het gebied de naam ‘Bies-bosch’. In de loop der eeuwen groeide het uit tot een uniek gebied. Tegenwoordig worden er bewust dijken doorgestoken om landbouwgrond terug te geven aan de natuur. Vanuit de bezoekerscentra in Drimmelen en Dordrecht worden vaar/wandel- en vaar/fietsexcursies georganiseerd, die je zowel laten kennismaken met de gesloten sfeer van de moerassige kreken als met de open luchten van het oude polderlandschap.
Halve Maen
Wij kiezen voor de vaar/fietstocht Maltha. Deze start vanaf rondvaartboot De Halve Maen, de grootste door zonne-energie aangedreven salonboot van Europa. Bij het Biesboschcentrum in Dordrecht hijsen we onze fietsen aan boord, waarna kapitein Willem van wal steekt. Fluistervaren blijkt een belevenis: we horen het water kabbelen, het riet ruisen en de vogels zingen. We zien eilanden die rond lijken te drijven, opschietend wilgenbos en dobberende watervogels. We worden geschut in de Ottersluis. Hartje zomer kan het hier erg druk zijn, maar wij hebben geluk en varen direct de sluis in. De sluiswachter schudt bij het zien van de ingescheepte fietsen quasi bezorgd zijn hoofd en roept: “dat wordt een zware dobber met die harde wind!”
Zwarte zwanen
We varen de Nieuwe Merwede op, begeleid door sierlijke zwarte zwanen die zich niets aantrekken van het drukke scheepvaartverkeer. De Nieuwe Merwede, uitgegraven tussen 1861 en 1874, verdeelt het Nationaal Park in een Noord-Brabants en een Zuid-Hollands deel. We naderen het Hollands Diep. In de verte doemen de Moerdijkbruggen op. We passeren eenzame rivierstrandjes en varen om de Kop van de Jacomien. De boot draait om vervolgens de Noordwaard binnen te varen, ooit akkerland. Prins Willem-Alexander verrichtte vorig jaar de opening van dit natuurontwikkelingsgebied. Letterlijk, want hij stak met een graafmachine een dijk door die Rijn en Maaswater scheidde.
Moerasbos
Aangekomen bij Maltha worden de fietsen ontscheept. Onder leiding van de ervaren gidsen Peter en Max maken we een fietstocht van drie uur door de Noordwaard. Met de door de sluiswachter voorspelde wind blijkt het gelukkig mee te vallen. Gedurende de fietstocht is overal de ontwikkeling van landbouwpolder tot natuurontwikkelingsgebied zichtbaar. Al na enkele kilometers brengen we een bezoek aan een vogelhut. Nieuwsgierig gluren we door de kijkopeningen. Zien we daar blauwborsten? We fietsen verder over verharde landbouwweggetjes, dwars door de Noordwaard, waar landbouwpolders worden teruggegeven aan de natuur. Op verscheidene plekken is een moerasgebied ontstaan waar honderden vogels op afkomen. Moerasbos is het soort bos dat eeuwenlang in de natte veengebieden van heel West-Nederland voorkwam.
Bevers en ijsvogels
De flora en fauna van de Biesbosch is uniek. In de verte horen we een koekoek, onze gidsen wijzen op een voorbij scherende kiekendief en de roep van de leeuwerik. Er zijn tientallen belangrijke vogelsoorten die voor korte of langere tijd bivakkeren in de Biesbosch, waaronder een scala aan moerasvogels zoals de aalscholver. Hier en daar broedt de zeldzame roerdomp en er nestelen zelfs ijsvogels. Tip: neem een verrekijker mee! Het gaat goed met de dieren in de Biesbosch. Tijdens een bevissing in 2007 werden 26 vissoorten geteld. Sinds 1988 zwemmen er ook weer bevers rond, nadat ze hier in de negentiende eeuw waren uitgestorven. Tussen 1988 en 1990 werden er 30 losgelaten; inmiddels leven er zo’n 250 bevers in het nationale park. In de directe omgeving van het Biesboschcentrum zijn enkele beverburchten te vinden en overal in het gebied kan je beversporen aantreffen.
Spindotter
Dat de Biesbosch deels Kroondomein is geweest, bewijzen de namen van de eenzame boerderijen die we passeren: Wilhelminahoeve, Mauritshoeve en Emmahoeve. Staatsbosbeheer verpacht de graslanden in de Biesbosch aan plaatselijke boeren onder beperkende voorwaarden. Zo dient het gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen achterwege te blijven. Het levert een fraaie bloemenzee op. Uniek voor dit gebied is de spindotter, een variant van de dotterbloem die nergens anders ter wereld voorkomt. Bij de Kop van ’t Land nemen we de veerpont. Het is een gemoedelijke oversteek, die een bordje doet verwachten met ‘Hier zet men koffie en over’. Aan de andere zijde van de Nieuwe Merwede staan we meteen in het volgende grote natuur- en recreatieproject: de Nieuwe Dordtse Biesbosch.
Schapenkoppen
We fietsen terug langs de Kop van ’t Land. Hier wacht ons een verrassing: de schaapskudde van herder Sjako van de Merwe. Sjako is geboren in Dordrecht en dus een echte ‘schapenkop’, de bijnaam van Dordtenaren. Na een drukke periode heeft hij het leven in de horeca verruild voor een leven buiten, in de natuur. Van maart tot en met oktober begrazen zijn schapen het recreatiegebied. Bij het beheer van terreinen in de Biesbosch zet Staatsbosbeheer naast schapen ook koeien en paarden in als natuurlijke grasmaaiers. Sjako en zijn schapen zijn nog niet uit beeld verdwenen of een andere ‘kudde’ komt ons tegemoet: we moeten vol in de remmen voor een sliert ligfietsers. Met 23 kilometer in de benen en vele nieuwe indrukken in het hoofd stappen we uiteindelijk af waar we die ochtend zijn opgestapt: bij het Biesboschcentrum. Hier kunnen we heerlijk uitblazen op het terras aan, hoe kan het ook anders, het water... |