|
De Ronde van Urbanus is uitgezet ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van de strip Urbanus. De tocht van zo’n dertig kilometer gaat door Lokeren, de geboortestreek van tekenaar Willy Linthout. Hij gebruikte deze streek als decor voor zijn 133e Urbanusstrip, Lokerse Paardenworsten. Er worden verschillende locaties aangedaan waar de tekenaar woonde, werkte of zich liet inspireren.
“Sorry! Ik was even in de war! Keer om!” grijnst Urbanus op het houten bewegwijzeringsbordje. Het kan zomaar gebeuren tijdens deze themafietsroute door het Vlaamse Waasland. Listig verscholen achter een verkeersbord hangt vervolgens de pijl naar de juiste richting. Voor ongetrainde fietsers met een paar Belgische biertjes in de benen - met de gezellige tussenstops onderweg is daar geen ontkomen aan - is zo’n kleine omweg wel even slikken. Maar voor kinderen maken deze streken de tocht alleen maar leuker.
Startpunt is - uiteraard - de stad Lokeren, bij Nederlanders vooral bekend om de bruisende Lokerse Feesten en de Fonnefeesten. Een bezoekje aan de Lokerse Markt op woensdagmorgen is de moeite waard. Geheel in de sfeer van de fietstocht lunchen we met een Lokerse paardenworst, om daarna met goed gevulde maag aan de Ronde van Urbanus te beginnen. Het eerste herkenningspunt is de Groentemarkt met het borstbeeld van Alfons Pagie, alias De Fonne of de Nachtburgemeester van Lokeren. Op dit pleintje had hij een café. Fonne speelt ook een rol in het Urbanusstripboek. En wat voor rol! Halfnaakt paradeert hij rond met de staart van een stinkdier en hij belandt met Urbanus in de voormalige gevangenis…
Olifanten en struisvogels
Na een paar kilometer komen we in dunbevolkter gebied terecht. De tocht voert over een onverhard fietspad langs de spoorlijn. De weg doorkruist een surrealistisch decor met aan de ene kant denderende goederentreinen en aan de andere kant een idyllisch weilandje met een kudde schapen die gewillig voor onze camera poseren. Er raast een sneltrein voorbij die ons bijna van de fiets doet waaien. Het Waasland is voornamelijk agrarisch gebied maar beslist niet saai, eerder sprookjesachtig zelfs. Knotwilgen en populieren omzomen de akkers, maisvelden worden afgewisseld met sloten, polders, kreken en uitgestrekte bossen. Tussendoor stuiten we op jolige bewegwijzeringsbordjes met Urbanustekeningen die aangeven: Langs hier! Langs daar! Op gevaarlijke kruispunten waarschuwt hij met: Pas op, overstekende olifanten! De bordjes zijn nogal klein, waardoor je goed moet blijven opletten om het spoor niet kwijt te raken. Bij het passeren van de struisvogelweide vertelt de routebeschrijving een leuk weetje: ‘Een struisvogel kan zo’n 60 á 70 kilometer per uur lopen en stappen nemen tussen de vier en zes meter.’
Afluisteren in Doorslaar
Doorslaar is het eerste gehucht dat de Urbanusroute aandoet. Het is de geboorteplaats van Willy Linthout en lijkt verdacht veel op Tollembeek, de woonplaats van Urbanus in de strip. Een belangrijke bezienswaardigheid is Willy’s geboortehuis met bijgebouwtje. Zijn ouders konden het huis kopen op voorwaarde dat de oude bewoonster er mocht blijven. Voor haar werd een klein woonhuis aangebouwd. Dat grensde aan de ouderlijke slaapkamer. Later bleek dat de buurvrouw een afluistersysteem had gebouwd waarmee ze alles kon horen wat er in de slaapkamer werd gezegd. Die verhalen verspreidden zich door het dorp. Linthout gebruikte het gegeven in zijn strip Miserie met Oma Tettemie.
Boogschieten in de kroeg
Ook het schooltje waar Linthout tekenen en schrijven leerde, is in Doorslaar te vinden. Het meest in het oog springt echter het buurtkroegje ’t Smisken. ‘Ge moogt iets gaan drinken, maar twaalf pinten is genoeg,’ waarschuwt het Urbanusbordje op de gevel. Buiten op het terras staat een kooi met zingende vogels in alle kleuren van de regenboog. Binnen is het donker en druk. Al snel blijkt dat hier geen sprake is van zomaar een buurtkroegje: het café is tientallen meters diep en achterin worden boogschietwedstrijden gehouden. Volgens Marcel, de uitbater, is zijn kroeg de thuisbasis van alle lokale verenigingen. Ook de activiteit ‘haaiballen’ schijnt erg populair te zijn in ’t Smisken. Wat dat is? “Haaientanden omgooien met ballen,” legt Marcel uit. Kinderen kunnen in ’t Smisken de Urbanusspellendoos uitproberen terwijl hun ouders genieten van een drankje, tipt de routebeschrijving ons.
Kriek van de kraan
Na Doorslaar leidt de route via een omweg naar het bos. Het is een avontuurlijke rit. Niet alle fietspaden zijn geasfalteerd. Op onverharde delen ligt meestal grind. Het pad kronkelt naar een open plek in het bos. Plotseling zien we tussen statige beuken de Kruiskapel, in de strip de Verre Kapel waar Eufazie een paar weesgegroetjes doet. Volgens een legende zou een boer, Boudewijn met de Negen Ponden, hier ooit twee miraculeuze kruizen hebben gevonden. De bijzondere vondsten werden bewaard in de kerk en in de Kruiskapel. Willy Linthout vindt dit een van de mooiste plekjes ter wereld. Urbanus laat ons weer even naar de goede weg raden. Uiteindelijk gaan we verder over een twee kilometer lange kruisweg met veertien kapelletjes die de Kruiskapel met de kerk verbinden. Willy Linthout bracht in deze omgeving zijn jeugdjaren door; op de hoek van de Weehaagstraat in Eksaarde staat het huis waar hij heeft gewoond. Over de ijzeren Spletterenbrug passeren we de Moervaart. Even voorbij de brug komt die samen met de Zuidlede om de Durme te vormen, die doorloopt tot in de kern van Lokeren. De volgende stop is Het Veldcafé in Moerbeke, gelegen aan de Moervaart. In de zomer leggen er veel kanoërs en roeiers aan om uit te rusten op het terras. Het is een van de oudste etablissementen van Oost-Vlaanderen en toevluchtsoord voor jagers, vissers, wandelaars en mountainbikers. Hét moment voor een Lindemans Kriek van de kraan.
Fietsroutemaakkruiwagen
De omgeving van Moerbeke spreekt tot de verbeelding, met veel mooie bruggetjes, beken, sparren en heide. Dat het dierenepos Van den Vos Reynaerde zich hier afspeelt, is goed voor te stellen. Kronkelige paden leiden ons door het platteland naar Daknam. Het is maar goed dat Urbanus zich hier weer even in de route heeft ‘vergist’ want dit sfeervolle dorpje hadden we niet graag overgeslagen. Het plein doet Frans aan, met een romaans kerkje, een witte kerkhofmuur en een bankje onder de lindebomen. Op deze Reynaertbank staat de tekst ‘Coppe R.I.P.: Hier leghet Coppe begraven (vers 461) / Die Reynaert die vos verbeet (vers 463)’. In de gemeente Lokeren staan in totaal drie banken die herinneren aan het epos. Café den Reynaert grenst aan het plein en is een gezellig onderkomen voor een derde stop. Van daaruit fiets je via een spoorwegbedding langs natuurreservaat De Daknamse Meersen en de Daknamse bossen. Wie de strip gelezen heeft, weet dat Urbanus zich vanuit hier met een speciale fietsroutemaakkruiwagen een weg baant naar Lokeren.
Amaai, amaai
Het laatste stuk van de route gaat door villapark het Verloren Bos, de groene parkengordel rond de binnenstad van Lokeren. Lezers van Lokerse Paardenworsten én fervente feestvierders zullen het festivalterrein van de Lokerse Feesten herkennen. Urbanus belandde hier met de voorzitter van de Lokerse Feesten en De Fonne in de voormalige gevangenis van Lokeren, waar ze de boel op stelten zetten. In de verte doemt de Sint-Laurentiuskerk (‘De Peperbus’) van Lokeren alweer op. Als we de stad inrijden, lonken de vele terrassen op de Markt. Hoewel Waasland onmiskenbaar een streek voor fietsers is, is nog niet elke Belg overtuigd. In De Postiljon zit een man alleen, met een Dobbelken, het streekbier dat speciaal voor Lokeren gebrouwen wordt. Hij doet een beetje aan Urbanus denken. Hoofdschuddend kijkt hij ons aan: “Amaai amaai, u heeft dertig kilometers gefietst? Zot! Toch wel op ronde wielen?” En hij neemt nog maar een slok |